Afschaffing directe belastingen

Een pleidooi voor de afschaffing van de directe belastingen (De Tijd, 27 mei 1997)

De consensus groeit dat de Belgische economie gebukt gaat onder een te zware fiscale druk. Bedrijven sluiten bij de vleet; terwijl de werkloosheid blijkbaar enkel in de statistieken daalt.

En wat doen onze politici? De regering zocht bij de recente begrotingscontrole naar ongeveer 10 miljard frank nieuwe inkomsten. Niet bepaald een verademing. Uitgaven en inkomsten lijken wel onaantastbaar. Drastisch besparen zou sociaal onaanvaardbaar zijn. Nieuwe belastingen heffen is economisch niet meer verantwoord. De economie zit in een verstikkende impasse.

De economische analyse van de fiscaliteit stelt een oplossing van deze patstelling voor door de inkomstenbelastingen radicaal af te schaffen. Dit zou nagenoeg 250 miljard frank opbrengen; terwijl de staat toch dezelfde inkomsten blijft genieten, via de inning van belastingen op de consumptie. Hierbij weze aangestipt dat vanuit economisch oogpunt de sociale bijdragen evenzeer als een belasting op het inkomen moeten worden beschouwd.

In België worden de globale fiscale ontvangsten geraamd op ongeveer 45 procent van het BNP. De opbrengst uit directe belastingen (RSZ inbegrepen) bedraagt nagenoeg 34 procent; terwijl de indirecte belastingen ongeveer 11 procent van het BNP vertegenwoordigen. Simplistisch gezegd zou het bij een afschaffing van de inkomstenbelastingen dus volstaan om de tarieven van de indirecte belastingen te verviervoudigen. Zo gemakkelijk is het natuurlijk niet.

Men stuit immers op het aureool van sociale rechtvaardigheid waarmee de inkomstenbelastingen omgeven zijn. Krachtens de progressieve belastingschalen worden de sterkste schouders geacht de zwaarste lasten te dragen. Alsof het de enige manier van inkomensherverdeling zou zijn. Dit is een historische misvatting. Sociale correcties kunnen evengoed op indirecte belastingen toegepast worden.

Bovendien is een belasting op het inkomen economisch niet neutraal. Arbeid en ondernemingsinitiatief worden gestraft. Een algemene beweging van belastingontwijking komt op gang. Ondernemers gaan zich in het buitenland vestigen. De hoge belastingdruk smoort de economische activiteit waardoor de fiscale ontvangsten teruglopen. Niet toevallig klaagt ook de regering over tegenvallende ontvangsten en slinkende groei. Een verhoging van de belastingdruk zal thans stelselmatig resulteren in nog mindere ontvangsten. Het is hoog tijd dat er ingegrepen wordt.

Pro

Een eerste vaststelling bij de afschaffing van de directe belastingen is het feit dat het probleem van zwartwerk opgelost is. Er bestaat immers geen onderscheid meer tussen legaal en illegaal inkomen; want men betaalt enkel nog belastingen op het verbruik. Over het zwartwerkcircuit zijn in België geen exacte cijfers bekend. Ramingen lopen uiteen van iets meer dan 10 procent, tot veel meer dan 20 procent van het BNP. Met een BNP van om en bij de 7.000 miljard frank kan men voorzichtigheidshalve stellen dat er 1.000 miljard frank in het zwartwerkcircuit rondzweeft. Het is al te eenvoudig om, rekening houdend met de globale belastingdruk van 45 procent, te beweren dat het automatisch witten van het dat circuit zal resulteren in een fiscale meeropbrengst van 450 miljard frank. Immers, de huidige zwarte inkomsten komen nu ook al in het wit circuit terecht wanneer ze aan consumptiegoederen besteed worden. Toch behoort jaarlijks een supplementaire fiscale ontvangst van meer dan 100 miljard frank tot de mogelijkheden.

Ten tweede, met een globale verbruiksbelasting is er een verhoogde motivatie om arbeid te verrichten, te ondernemen en te sparen. De geleverde inzet om een inkomen te verwerven wordt niet meer wegbelast. Een verhoogde spaarquote zal een verlaging van de intrestvoeten bewerkstelligen. Een geringe verlaging van 0,5 procent (op de overheidsschuld van 10.000 miljard) vertaalt zich al gauw in een verminderde rentelast van 50 miljard frank per jaar.

De inningskosten vormen de vierde factor. Uitgaande van gemiddelden werd becijferd dat de inning van directe belastingen dubbel zoveel kost als van indirecte belastingen. De directe belastingen innen kost 32 miljard frank. Met een indirecte belasting zou een besparing gerealiseerd worden van 16 miljard frank.

Ten slotte incasseert de staat middels een verbruiksbelasting meer inkomsten in geval van economische groei. Aangezien arbeid en ondernemingsinitiatief gestimuleerd worden mag een jaarlijkse stijging van het BNP met 2 procent realistisch geacht worden (groeicijfers die al in tijden met relatief hoge belastingdruk werden gerealiseerd). Met een BNP van 8.000 miljard frank (zwart en wit samen) betekent een groei van 2 procent een fiscale ontvangst van 72 miljard; namelijk 45 procent op een aangroei van 160 miljard frank.

Merk ten slotte op dat er nog altijd rekening gehouden wordt met een marginale aanslagvoet van 45 procent. Het is duidelijk dat de staat in proken scenario – na één jaar – minstens 238 miljard frank aan ontvangsten en besparingen zou kunnen boeken. Hetzij 7 procent van de huidige fiscale opbrengsten (geraamd op 3.200 miljard). Vanaf dat moment zou de staat de globale belastingdruk al met 7 procent kunnen verlagen (dus bijvoorbeeld naar 42 procent in plaats van 45 procent), zonder dat de fiscale ontvangsten onder de financiële behoefte van 3.200 miljard frank zouden duiken. Deze (beoogde) verlaging van de globale belastingdruk zou de economie nog meer aanzwengelen. De effecten daarvan kunnen nauwelijks overschat worden.

Contra

Maar, er zijn ook nadelen. Teneinde plotse prijsstijgingen, eventueel verzet daartegen bij de consument en een verstoring van het consumptiepatroon te vermijden moet de afschaffing over een langere periode gespreid worden en gradueel verlopen. Praktisch gezien kan men de inkomenstenbelasting afschaffen over een periode van 20 jaar. Gradueel zou men in de eerste 5 jaar, per jaar, ongeveer 1 procent meer uit de verbruiksbelasting moeten halen; terwijl men de inkomstenbelasting in dezelfde verhouding laat dalen. Dit percentage kan oplopen tot 10 procent in de laatste 5 jaar.

De eventuele sociale onrechtvaardigheid van een globale verbruiksbelasting kan ondervangen worden door een stelsel van gedifferentieerde aanslagvoeten voor basisproducten, levensmiddelen en luxegoederen; schommelend van zeer laag of vrijstelling tot zeer hoog (zeg maar 300% of meer).

De kostprijs van de introductie van de verbruiksbelasting is minimaal. Er bestaat al een stelsel van indirecte belastingen. Met één wetswijziging kunnen de aanslagvoeten aangepast worden.

De invoering van één algemene verbruiksbelasting stuit ook op een aantal juridische problemen. Hier stelt zich de vereiste van een uniforme wetgeving in de buurlanden. Het fiscaal toerisme zou anders te aantrekkelijk zijn. In de Europese Gemeenschap is de BTW geharmoniseerd. België kan niet op eigen initiatief dergelijke ingrijpende veranderingen doorvoeren. In het kader van de vrije wereldhandel (onder auspiciën van de GATT) zullen eveneens harmoniserende maatregelen moeten genomen worden.

Efficiënt

Hoewel er niet te onderschatten obstakels om de hoek komen kijken, is het economisch efficiënt om de inkomstenbelasting af te schaffen. Gelet op de immense financiële behoeften van de overheid en de internationale verstrengeling is de kans echter klein dat België cavalier seul zal spelen.

Werner NIEMEGEERS

De auteur is advocaat

00:00 – 27/05/1997
Copyright © De Financieel-Economische Tijd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *